Toppunt van ouderbetrokkenheid, recht op thuisonderwijs...?

Toppunt van ouderbetrokkenheid, recht op thuisonderwijs...?

 

Morgen (15 december 2011) staat het onderwerp ''leerplicht thuisonderwijs'' op de agenda van de Tweede kamer Commissie van OC&W (live te volgen via www.tweedekamer.nl).

Een onderwerp, dat slechts een klein gedeelte van Nederland zal boeien. Niettemin een onderwerp dat van groot belang kan zijn voor de komende decennia. Hoe gaat namelijk ons onderwijs zich ontwikkelen in de komende eeuw? Anders dan het nu is, dat is een (evolutionair) gegeven. Bestaande structuren worden vooralsnog door het Ministerie van OC&W angstvallig vastgehouden, terwijl de goegemeente weet dat zij onvoldoende of niet werken. Meer nadruk op taal en rekenen, prima, maar de kwaliteit van het lesmateriaal is nog steeds ver onder de maat. Leerkrachten die nu van de PABO afkomen, zijn die voldoende (inhoudelijk) opgeleid en voorbereid? Hoe staat het met hun ''referentiekaders''? De CITO die als heldere ster in de donkere decembermaand door menigeen als ultieme waarborg voor kwaliteit wordt gezien, maar het zeker niet is. De 1040 uren norm die er doorgedrukt is terwijl scholen in het Voortgezet Onderwijs nu al grote moeite hebben om met voldoende gekwalificeerd personeel de 1000 uren optimaal in te kunnen vullen. Prestatiebeloning, waarvan bekend is dat dat nou juist averechts gaat werken. Bezuinigingen op passend onderwijs? Gevolg: een nieuw bureaucratisch monster? En als klapper op de vuurpijl de opvoedkundige danwel morele wens van de Minister voor meer ouderbetrokkenheid bij het onderwijs.

Zou de Minister eens in een glazen bol moeten kijken? Niet om de toekomst te zien, maar om met de lichtval haar blik te verruimen. Het huidige onderwijssysteem heeft zijn beste tijd gehad. We zullen moeten toegeven dat de randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor ''excellent'' onderwijs, er onvoldoende zijn, en er op korte termijn ook niet komen. Het Fins model ligt ''voor het oprapen''. Koud watervrees en het feit dat de CITO Groep zo is ingenesteld in ons ''kwaliteitsdenken'' zullen het implementeren daarvan echter op korte termijn belemmeren.

Men zal in de toekomst meer en meer open moeten staan voor alternatieven. Thuisonderwijs is daar één van. Free Schools zoals die eerder dit schooljaar in Groot-Brittannië zijn gestart is een andere. Wat beiden gemeen hebben is de belangrijke rol van ouders bij het onderwijsproces van hun kinderen. Ouders zien de kwaliteit van het onderwijs steeds slechter worden, maar hebben geen enkel recht. De invloed via een OR of MR is minimaal. Rond ouders hangt een hoog Libelle gehalte en hun invloed op het onderwijs blijft beperkt tot luis-, lees- of schoonmaakactiviteiten. Invloed hebben op het onderwijs is geen enkele optie, de grens ligt bij het schoolhek.

Thuisonderwijs is in Nederland een vreemde eend in de bijt. In heel veel landen (Europa, VS en Canada) een volstrekt normaal fenomeen, in Nederland niet. Slechts een kleine groep zeer betrokken ouders kiest doelbewust voor deze intensieve onderwijsvorm, en krijgen toestemming om thuis hun kinderen les te geven. Alleen op basis van levensbeschouwelijke gronden kan men als ouder vrijstelling krijgen. Of een ouder de vrijstelling krijgt hangt van de leerplichtambtenaar en de rechter af. In het landelijke vrijstellingsspectrum is veel willekeur.

Ouders die op basis van pedagogisch-didactische overwegingen, hoogbegaafdheid van hun kind, of zich niet kunnen vinden in het reguliere onderwijs, thuisonderwijs willen geven vissen achter het net. Dat is verboden.

Naar aanleiding van de wens voor collectief thuisonderwijs van een groep ouders in Amsterdam eerder dit jaar, is thuisonderwijs weer op de politieke agenda gekomen. Men zag donkere wolken, terecht of onterecht dat kan ik niet bepalen. Deze discussie heeft echter gevolgen voor een groep, vaak hoogopgeleide en betrokken, ouders die zeer serieus deze taak op zich hebben genomen of graag op zich zouden willen nemen.

In het debat van maart dit jaar had de Minister toegezegd een verkenning te doen naar hoe in andere landen met thuisonderwijs wordt omgegaan, en of er aanleiding is de vrijstelling van de leerplicht aan te passen.

In haar brief van 7 december j.l. (referentie 343981) geeft zij een reactie. De reactie van de Minister is erg mager. Dat is jammer, een gemiste kans. Juridisch gezien kort door de bocht. Inhoudelijk op een aantal punten tegenstrijdig en onvolledig. Brief en Bijlagen zijn inhoudelijk niet consistent. Zij heeft zich er met een Jantje van Leiden van afgemaakt. In maart was het al bekend dat deze brief er moest komen. Haar ambtenaren hadden in die 8 maanden een degelijke verkenning kunnen maken van hoe er in andere landen met thuisonderwijs wordt omgegaan. Tevens had de dissertatie van mevrouw dr. J. Sperling grondig bestudeerd kunnen worden. Van een zorgvuldige afweging kan er m.i. nu geen sprake zijn.

Verruimen van de mogelijkheden voor vrijstelling is een reële optie. Maar met één pennenstreek wordt het van tafel afgeveegd. De Minister hecht aan het belang dat ieder kind naar school gaat. Wetenschappelijke bewijzen dat dit in alle gevallen gunstig is voor de ontwikkeling van een kind worden niet gegeven. De Minister geeft in haar brief echter wel aan dat uit onderzoek naar voren is gekomen (SCO Kohnstamm Instituut) dat ouders op consciëntieuze wijze voor vervangend onderwijs zorgen. Dus fout gaat het niet. Wat is dan wel het probleem?

Volgens de Minister is verruiming een complex, principieel en juridisch vraagstuk, dat samenhangt met art. 23 van de Grondwet. De Onderwijsraad buigt zich momenteel over dit art. 23, maar of het vraagstuk van thuisonderwijs ook wordt meegenomen is mij onbekend.

Omdat de Minister politiek gezien toch iets moet doen (naar alle waarschijnlijkheid om collectief thuisonderwijs in Amsterdam te voorkomen) is er gekozen voor handhaving van het huidige systeem maar dan gekoppeld aan een zestal voorwaarden. Het is tot nu toe altijd goed gegaan, maar voordat je het weet kunnen kinderen volgens de Minister van de onderwijsradar verdwijnen. Vreemd, want hoeveel kinderen zitten er nu al thuis? En in veel gevallen met medeweten van de leerplichtambtenaar. Duizenden, en die krijgen geen onderwijs.

Ouders moeten nu volgens het voorstel van de Minister een erkend certificaat overleggen waaruit blijkt dat zij de Nederlandse taal minstens op referentieniveau 3F beheersen. Wordt dit ook getest bij de huidige leerkrachten die nu (via het MBO) PABO hebben gedaan? Of bij de klassenassistenten? Welk circus wordt hiermee opgetuigd? Wat betekent dat voor expats?

Jaarlijks moeten ouders een plan van aanpak maken en dit aan een externe deskundige voor advies voorleggen. Wie is die externe deskundige, en wat is zijn/haar niveau?

De leerplichtambtenaar (LPA) voert jaarlijks een gesprek met de ouders. Dat is wel een bijzondere voorwaarde omdat de LPA niet over de inhoudelijke invulling van het onderwijs in Nederland gaat. Hij controleert of een kind fysiek op school aanwezig is of niet. Niet meer en niet minder. Een kardinale fout van de Minister. De OI gaat over de inhoud van het onderwijs dus de LPA kan niets beginnen.

De Kamer heeft specifiek gevraagd om naar de situatie in Vlaanderen te kijken. Daar werkt het thuisonderwijs goed, dat geeft de Minister zelf in haar brief aan de Kamer aan. Er is daar zeker geen 'run' op thuisonderwijs, het is gewoon een optie voor ouders. Zo zou het ook moeten zijn in Nederland. Twee vliegen in één klap. De Staat voldoet dan echt aan de zorgverplichting dat het kind het recht op onderwijs niet wordt ontzegd (!). Én de Staat handelt niet meer in strijd met de Grondwet door de vrijstelling niet meer te beperken tot richtingsbezwaren.

Wellicht gaat het vorengaande voor velen te ver, maar het beginnen van een discussie hierover zou m.i. goed zijn. Veel kinderen verdienen dat.

geplaatst door Anne Ruinen op 14/12/2011
Overgenomen na toestemming van de auteur (op


Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Vul deze captcha in
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl