Openbare scholen zijn NIET zonder religie! Religie is nl overal, ook in openbare scholen, in de lesmethoden, leerkrachten die dan misschien niet Christen zijn, maar een natuurreligie, oosterse religie of nog andere religies en/of die religies gemixed aanhangen, en die die zienswijze ook aan de leerlingen/studenten meegeven. Veel ouders denken dat hun kinderen "veilig" zijn en gevrijwaard van religie op openbare scholen, maar niets is minder waar. Overigens sluipen voorgenoemde religies ook meer en meer de kerken in. Het volgende boek (in het Engels) is weliswaar geschreven in de VS, maar de beschreven zaken komen ook in ons land voor. Eerder heb ik van deze schrijfster Brave New Schools op deze blog gezet gezet.

Chapter One  Our Father in Heaven or our Mother the Earth?

Chapter Two  Holy is His Name or Sacred and perfect am I?

Chapter Three  Thy Kingdom Come or My Kingdom Come?

Chapter Four  Your Will be Done or My Will be Done?

Chapter Five  Give us... daily bread or Don't give it! I own it!

Chapter Six  Forgive us... as we forgive or I choose to forgive -- or curse!

Chapter Seven  Lead us not into temptation or Temptation? I choose my own values!

Chapter Eight  Deliver us from evil or There is not sin or evil!

Chapter Nine  Thine is the Power or Mine is the power!

Chapter Ten  His Kingdom Now and Forever!

Geschreven door Berit Kjos en hier te vinden: http://www.crossroad.to/Books/TwistofFaith/index.html

 ~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

'Prachtige' nieuwe scholen (Brave new schools)

Een artikel van Bijbel&Onderwijs 2009-07-22

“BRAVE NEW SCHOOLS”
van Berit Kjos

 EEN BOEK MET EEN SCHOKKENDE INHOUD

Via mijn  contact met een predikant in Duitsland werd ik geïnformeerd over schokkende ontwikkelingen op Amerikaanse scholen, waarvan inmiddels het een en ander met onze aanhoudende westelijke winden de oceaan is overgewaaid. Ik weet niet in hoeverre Nederland al door dit Amerikaanse “virus” getroffen is, maar in Duitsland is het hiernavolgende al niet nieuw meer. Het is goed, als (vooral christelijke) ouders alert blijven op de dingen die op school plaats vinden. Zoiets ontdekte een vrouw uit Noorwegen, Berit Kjos, die met haar kinderen in de Verenigde Staten leeft. Zij heeft drie zoons, door wie zij de ontwikkeling van het nieuwe schoolsysteem – dat binnen heel de Verenigde Staten geleidelijk terrein wint – goed kan volgen. Zoals alle ouders gaat ook zij er volledig van uit, dat haar kinderen op school

-  binnen een veilige omgeving verblijven,

-  goed onderwijs ontvangen,

-  met normen en waarden leren omgaan.

Dat de praktijk anders blijkt uit te pakken, schrijft zij in haar boek “Brave New Schools” (Prachtige nieuwe scholen).  Dagmar Schubert, die het complete boek inmiddels in het Duits heeft vertaald, heeft voor “Bijbel en Onderwijs” een korte samenvatting van de inhoud van dit boek geschreven, die ik in het hiernavolgende voor u in het Nederlands weergeef.  

Uw kinderen zijn “uw” kinderen niet….

Zij zijn de dochters en de zoons die willen leven en op zoek zijn naar zichzelf.
Zij komen wel “door u”, maar zijn niet “van u” en hoewel zij bij u wonen, zijn zij echter uw eigendom niet.
U kunt hun uw liefde geven, maar niet uw denkwijzen opdringen, want zij hebben hun eigen denkwijzen.
U kunt hun lichaam een thuis geven, maar niet hun ziel, want hun ziel woont al in het huis van morgen,…
…dat u nooit kunt bezoeken, zelfs niet in uw stoutste dromen.
U mag u moeite getroosten om net zo te zijn als zij, maar probeer niet om hen net zoals u te maken,
want het leven loopt niet achteruit, noch blijft het stilstaan bij gisteren.
U bent slechts de boog waardoor uw kinderen als levende pijlen het leven worden ingeschoten.

Khali Gibran

De nieuwe wereldorde
“Barack Hussein Obama zal de nieuwe wereldorde op gang brengen,” verkondigde Henry Kissinger. Dat was eigenlijk ook in het kort gezegd de inhoud van de toespraak, die Obama, nog vóór zijn verkiezing tot president van de VS in Berlijn hield. Hij noemde het “verandering” en bekrachtigde deze uitspraak met: “Yes, we can.”
Wat betekent deze “verandering” dan wel voor onze kinderen? Waar leidt die heen? Wie zegt ons, dat daar alleen maar goeds uit voortkomt? Wie zijn die “wij” (uit “we can”) en wat “kunnen wij”? Berit Kjos schrijft in haar boek “Brave New Schools” het volgende.
 
“Hoe kon ik in de verste verte bevroeden,  dat onze oude vertrouwde leermethoden zouden worden vervangen door experimenten met de hele klas, waarbij onze kinderen als proefkonijntjes worden misbruikt om hun sociale vaardigheden bij te brengen. Ik kreeg geen gelegenheid om er achter te komen of waarheid, feiten, logica en geschiedenis binnenkort door de genadeloze nadruk op mythen, gevoelens, fantasieën en politiek correct geschiedenisonderwijs zouden kunnen worden vervangen. Ik had geen enkele reden om te geloven, dat onze waarden spoedig belachelijk, opnieuw gedefinieerd en tot een voorwerp van niet voor te stellen testen zouden kunnen worden gemaakt.

Wanneer iemand mij gezegd zou hebben, dat globale pedagogen tot het besluit gekomen waren om onze kinderen tot plooibare werknemers voor een “nieuwe wereldorde” klaar te stomen, dan zou ik het niet hebben geloofd.

Wanneer een vriend mij er voor zou hebben gewaarschuwd, dat politieke leiders onze scholen zouden gebruiken om onze wereld om te  vormen tot een “globaal dorp”, dat door middel van het keurslijf van de pantheïstische eenheid en computergestuurde veiligheidssystemen in stand gehouden zou worden, dan had ik waarschijnlijk hard gelachen.

Hoe kunnen wij de door ons zelf gekozen representanten voor zoiets afschuwelijks onze toestemming geven?

Zoiets zou in Amerika toch onmogelijk moeten  zijn? Het is toch het land van de “vrijheid”? We hebben onze grondwet toch? Niemand kan ons toch onze rechten of onze kinderen afnemen, of….???”

Berit Kjos besloot de zaak tot op de grond uit te zoeken en ging op onderzoek uit. Ze ontdekte, dat dit schoolsysteem was voorafgegaan door een lange voorgeschiedenis. Dat begon al in 1905. De zogenaamde “Hitlerjugend”was destijds geen uitvinding van Hitler, maar ze was al onverbrekelijk verbonden met het totale systeem.

Wat gaan onze kinderen op school leren?

Het klaslokaal wordt tot een laboratorium voor experimenten, waarbij het volgende wordt geleerd:
Occultisme
Dit is ook bekend onder de naam: newage-pedagogiek. De enige, die in Duitsland heel uitvoerig in zijn boeken schrijft over dit fenomeen is de opvoedingsdeskundige en opleidingsonderzoeker Dr. Reinhard Franzke. U kunt dit naslaan via de volgende website: www.Faith-Center-Hannover.de. Hierbij zijn alle mogelijke variaties denkbaar. Onze kinderen worden daarbij letterlijk “gedemoniseerd”. Het gaat hierbij niet alleen om een aanval op het verstand, maar ook op de geest en de ziel. Daarmee glijden de kinderen als het ware een dodelijke gevarenzone binnen.
 Taboeloze seksuele pedagogiek 
In Zuid-Afrika is het inmiddels al zover gekomen, dat kinderen niet meer normaal om kunnen gaan met het huwelijk, de liefde en de seksualiteit. De meest gore uitdrukkingen worden als normaal gebezigd. Een Duitse kleuterschool moest zelfs worden gesloten vanwege het opvoeren van naaktspelletjes.
 Multicultuur
Alles, behalve de Bijbel en christelijke waarden, wordt geaccepteerd. Heidense riten, zeden en gewoonten worden idealistisch voorgesteld en in de klas of tijdens schooluitstapjes, bijvoorbeeld tijdens tentenkampen, nagespeeld. Dat gaat zelfs zover tot en met inwijdingsrituelen, waarbij heidense goden worden aangeroepen.
Groepsdynamica[1] 
 Wat hierbij gebeurt is een uiterst gevaarlijke, psychologische strategie, die tot groepseffecten kan leiden. Door afschuwelijke shocktherapieën worden alle kinderen ertoe gebracht, dat zij de “algemeen aanvaarde waarden” tolereren en accepteren. De praktijkvoorbeelden die Berit Kjos in haar boek aanvoert, zijn in één woord schokkend.
De liefde tot “moeder aarde”
Hierbij wordt gewerkt met de door Al Gore gepropageerde leugens over het milieu om de kinderen zodanig te beïnvloeden, dat zij Gaia[2], een  Oud-Griekse godin, gaan vereren. Zo wordt ook het sjamanisme[3] in de klas uitgeprobeerd.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden.

Doel

Achter dit alles is het eigenlijke doel: de absolute controle. Door middel van vragenlijsten, proefwerken en schriftelijke verslagen worden de kinderen doorlopend onderworpen aan testen, om na te gaan of zij zich de “nieuwe waarden” eigen hebben gemaakt. In Amerika krijg je alleen nog een zogenaamd CIM-certificaat, een soort eindexamen-diploma, als is bewezen, dat zij de indoctrinatie met goed gevolg doorlopen hebben. Zonder dat CIM-certificaat kan men niet
·        studeren,
·        een baan krijgen,
·        doorstuderen aan een hogere school,
·        een ziektekostenverzekering afsluiten.
Wie zakt voor het CIM-examen, moet een vervolgstudie volgen in een speciaal trainingscentrum in een van de staten van de VS, net zo lang, totdat zij hun paradigmaverandering hebben voltooid.

President Obama heeft nu voor de leerlingen van het hoger onderwijs en het vwo verplicht gesteld, dat zij minimaal 50 uur per jaar en studenten zelfs 100 uur, vrijwilligerswerk doen. De scholieren moeten onbetaald werk verrichten in allerlei sociale inrichtingen. Hoe nuttig dat ook klinkt, er steekt een bepaalde bedoeling achter, namelijk, dat door middel van de hiervoor reeds genoemde groepseffecten goede werknemers gekweekt worden, die geheel passen in de nieuwe wereldorde.

Het is nu al zo, dat in scholen kinderdagverblijven worden ondergebracht waarin kinderen zo kort mogelijk na hun geboorte, zodanig worden opgevoed dat zij zich in deze “mooie nieuwe wereld” zullen thuis voelen, waarin alles acceptabel is, behalve het christendom. Het christendom en zeker dat deel dat zich werkelijk op de Bijbel richt, hoort daarin niet thuis.

Deze zienswijze is afkomstig van Alice Ann Bailey die zij uitvoerig heeft beschreven in haar talrijke boeken en waarvan de inhoud haar werd ingegeven door de Tibetaanse monnik en geestelijk leider Djwhal Khul. Een zekere Dr. Robert Muller heeft zijn “basiswereldleerplan” op deze vorm van occultisme gebaseerd en daarvoor – verspreid over de hele wereld – scholen opgericht. De UNO en alle niet-regeringsorganisaties, zoals UNICEF en UNESCO houden zich streng aan de principes van Alice Ann Bailey. Deze organisaties, zoals Lucis Publishing Company (voorheen LUCIFER’S Publishing Company), bezetten vandaag de dag een vaste zetel bij de UNO-vergaderingen. Inderdaad, het zijn de “duistere machten”, die achter dit nieuwe opleidingssysteem schuilgaan. Berit Kjos heeft persoonlijk een Robert Muller school bezocht en beschrijft de dingen, die ze daar gezien en beleefd heeft. Dan kunnen je de rillingen over je lijf lopen!!

De auteur voert de lezer met haar boek door al deze duistere dalen. Als men het nieuwe opleidingssysteem heeft leren kennen, komt men zonder twijfel tot de slotsom, dat hieruit geen enkele uitweg meer mogelijk schijnt. Het netwerk, dat deze mensen over vele jaren hebben opgebouwd is dusdanig fijnmazig, dat er geen ontsnappen meer aan is.

Daarentegen weet de christin, Berit Kjos, de lezer door dit donkere dal heen te leiden en praktische, op de Bijbel gebaseerde adviezen voor te dragen, opdat men weerbaar wordt tegen dit satanische schoolsysteem. Zij klaagt noch de leerkrachten, noch de school aan, omdat ook zij weet onder welke enorme druk zij staan. De achtergronden zijn bij hen niet altijd bekend.

Kjos nodigt de ouders uit om met hun kinderen een interactieve Bijbelcursus te volgen, die zo specifiek op het voorgaande is afgestemd, dat dit – gezien het wereldwijde probleem – een ideale hulp is. Ja, wij kunnen ons wapenen om daar tegen te strijden. Een wapen, dat niet doodt, maar ons helpt. Het bestaat uit verklaringen en waarschuwingen vanuit Gods Woord, dat zijn eigen dynamiek kent.

Verweer
Het is onze opgave – als christen – niet te veroordelen, maar om te beoordelen. Dat kunnen wij het allerbeste met Gods hulp bewerkstelligen. Neem gerust aan, dat God voor elk probleem op onze weg een oplossing klaar heeft liggen. God laat dit nieuwe schoolsysteem slechts om  één reden toe: de christenen moeten vanuit hun passiviteit ontwaken en staan voor hetgeen zij geloven. Wij leven in een heel, bijzonder moeilijke tijd. Echter, het is nog steeds de tijd van de genade, wat voor ons christenen betekent, dat wij als christenen actief moeten blijven in het zoveel mogelijk waarschuwen en informeren. Het gaat daarbij om onze grootste rijkdom, die God ons heeft geschonken: ONZE KINDEREN.

In dit nieuwe systeem betekent dat

“de kinderen….. niet meer aan hun ouders, christelijke ouders, behoren die de voorkeur aan vrijheid geven, om hun kinderen een christelijke opvoeding bij te brengen. Zij begrijpen niet, dat datzelfde recht, dat hen verbiedt, om hun kinderen thuis het wettelijk voorgeschreven onderwijs te geven, ook een ieder verbiedt, het te misbruiken.” (Kathy Collins, voormalig juridisch adviseur van het schoolbestuur van Iowa)

Met andere woorden:

Je kinderen onderwijzen in de Bijbelse waarheden, wordt gelijk gesteld met kindermisbruik. Vanuit het perspectief van de nieuwe paradigma’s vormen de oude Bijbelse waarheden een hindernis, die de ontwikkeling van de kinderen tot globale burgers verhindert en een hindernis opwerpt voor de missie van de gloednieuwe Amerikaanse school.

Het gaat zelfs zover, dat kinderen worden opgestookt tegen hun eigen ouders om hen bij de overheid aan te klagen. Het boek “Brave New Schools” is door Dagmar Schubert inmiddels ook in het Duits vertaald. Indien u in de Duitse vertaling geïnteresseerd bent, kunt u zich met haar in verbinding stellen via lernstudio-dagmar-schubert@hotmail.de 

Nawoord van de vertaler van dit artikel

Na zoveel schokkende en  angstaanjagende berichtgeving moet het mij van het hart, dat dit bericht vooral is bedoeld om alert te blijven! Ook moeten we er ons van bewust zijn, dat bepaalde ontwikkelingen via de politiek niet meer zijn te stoppen. We moeten het niet van mensen verwachten. Als christen behoeven we daarentegen niet bang te worden.

Over de wereld, waarin wij leven, doet Paulus een boekje open in Efeze 6. Hij heeft het hier over de “geestelijke wapenrusting”. Ik denk, dat heel veel christenen dit stuk wel zullen kennen en zich misschien afvragen, hoe je dat nu in praktijk brengt. Johannes zegt in het eerste hoofdstuk vers 5:

“…..het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen.”

Gedoopt zijn en elke zondag naar de kerk gaan is niet voldoende om de duisternis buiten te sluiten. Als je elke zondag in een  garage gaat staan, word je ook geen auto. Waar het “licht” is, zullen we niet alleen de duisternis beter herkennen, maar ook mogen we weten, dat daar waar het licht komt, de duisternis verdwijnt.

Hoe wordt het weer licht in onze gezinnen? Hoe betrekken we onze kinderen in deze geestelijke strijd? Hoe kunnen we hun een wapenrusting meegeven? Denk niet, dat ze te jong zijn, want over de duistere kanten van het leven  weten de kinderen vaak veel meer dan hun ouders. Mijn kleinkinderen in elk geval wel. Er komt nu al en in de komende jaren meer op hen af dan wij ons kunnen voorstellen.

Eén van mijn favoriete teksten in dit verband is Col 3: 1 – 3:

Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.”

Dit  gericht zijn op de Here Jezus  kunnen en moeten wij zelf als gezin in praktijk brengen! Lees als gezin, samen met uw kinderen, op een vaste tijd per dag (bijvoorkeur ’s morgens direct na het opstaan), de Bijbel. Probeer uw partner en/of de kinderen uitleg te geven over de gelezen tekst.  Sluit af met een gezamenlijk gebed. Doe dat elke dag! Sla geen dag over. Ik heb daar veel voor gebeden en weet inmiddels heel zeker, dat de Heer daarop antwoordt met: “Beproef Mij daarmee”!! Ik weet zeker, dat het in uw gezin weer “licht” zal worden, hoe diep de duisternis ook is of is geweest. Waar het licht is, verdwijnt de duisternis, waar of niet? Doe in een donkere kamer het licht maar eens aan…

Vertaler van de samenvatting van mevrouw Dagmar Schubert is de heer E. van Olffen

 

De website van mevrouw Berit Kjos is http://kjos1.securesites.net/index.html.

 
 

Lees meer...

Dumbing Us Down

The Hidden Curriculum of Compulsory Schooling

by John Taylor Gatto

 

http://www.scribd.com/doc/22389306/Dumbing-Us-Down


Reacties

The War on Kids: The Definitive Documentary on the Failure of the Public Education System

 

 

 

 

 


This is a 2009 award winning, critically acclaimed documentary of the complete and utter failure of the public education system and United States demonization of home schoolers. To purchase a high quality DVD of this and to get more documentation on this subject, visit http://www.thewaronkids.com

This video is protected by the Fair Use Act. For educational purposes only.

Is dit waar we met het Nederlandse onderwijs / de Nederlandse samenleving heen willen?




Reacties

“Nederlands is hier de voertaal. Bij onwil treedt de school zeker op.” Een fragment uit jouw schoolreglement? Thuistalen zijn op veel scholen niet welkom, ‘omdat ze het Nederlands in de weg staan’. Maar volgens Kris Van den Branden, directeur van het Centrum voor Taal en Onderwijs (KU Leuven) bestraf je vreemde talen op school beter niet. “Het maakt kinderen net taalvaardiger, ook in het Nederlands.”

  • Thuistaal toelaten op school maakt leerlingen taalvaardiger, zegt onderzoeker Kris Van den Branden
  • Ook het welbevinden van leerlingen stijgt als ze op school hun eigen taal mogen spreken
  • Enkele Vlaamse scholen experimenteren nu al met meertalige leeromgevingen

“Scholen kiezen met de beste bedoelingen voor een uitsluitend Nederlandstalig beleid”, zegt Kris Van den Branden. “Ze moeten leerlingen afleveren die klaar zijn voor de Nederlandstalige samenleving, die rapporten en e-mails kunnen schrijven … Scholen gaan ervan uit dat elke seconde nodig is om hun zo goed mogelijk Nederlands te leren. Toch bepaalt vooral de opleiding van de ouders het succes van de kinderen op school, niet de thuistaal. Kinderen van hoogopgeleide anderstalige ouders scoren goed omdat de taalomgeving thuis dichter aanleunt bij de taal op school. Kinderen van laagopgeleide ouders moeten op school vaak nog te veel woorden en concepten leren die ze thuis nog nooit gehoord hebben. Dat geeft hun een achterstand. Ook veel Nederlandstalige leerlingen van laagopgeleide ouders hebben het daarom moeilijk op school.”

Anderstaligen die thuis Nederlands spreken pikken toch veel sneller de schooltaal op?

Van den Branden: “Van dat misverstand moeten we af. Om een nieuwe taal te leren heb je het best de thuistaal stevig onder de knie. Ouders spreken dus beter de taal die ze zelf goed kunnen. Zo krijgen kinderen een goede basistaalvaardigheid en dient de thuistaal als opstapje voor het Nederlands. Daar bestaat nogal wat overtuigend onderzoek over. Prentenboeken bijvoorbeeld zitten vol moeilijke woorden: paddenstoelen, bladeren, eekhoorn … Als een kind de helft van de woorden niet kent, begrijpt het de verhaallijn niet. Maar als de ouders in hun taal het verhaal kunnen vertellen, pikt het kind de Nederlandse woorden beter op, want het kent de verhaallijn al. Ook in de klas kan thuistaal als opstapje dienen. Zo kunnen twee Turkse leerlingen een half minuutje overleggen in hun taal om te checken of ze het wel begrepen hebben. Leraren steigeren als ze dat horen, maar dat is een heel natuurlijk proces. Als de hotelbediende op reis iets zegt waar je maar flarden van begrijpt, zoek je toch ook bevestiging bij je partner: ‘Was het ontbijt nu ‘vanáf’ 8 uur of ‘vóór’ 8 uur?’”

Hou je de klas nog wel onder controle als iedereen zijn eigen taal spreekt?

Van den Branden: “Het is een illusie dat je in Nederlandstalige klassen wel controle hebt over wat leerlingen fluisteren en tegen elkaar zeggen. Je moet wel goede afspraken maken. Waar en hoe lang mogen ze hun eigen taal spreken? Hoe lang mogen ze overleggen bij groepswerk? Mogen ze een woordenboek gebruiken of buitenlandse bronnen vermelden in huiswerk? De thuistaal in kleine situaties gebruiken als opstapje naar Nederlands wil niet zeggen dat je moet toelaten dat de leerlingen de hele tijd onderling met elkaar in een vreemde taal spreken. Nederlands blijft op school nog altijd het fundament om te leren.”

Sluit je zo de andere leerlingen niet uit? Je zal maar dat ene Nederlandstalige kind zijn dat een groepswerk moet maken met drie Turkse kinderen.

Van den Branden: “Taal is niet de oorzaak van kliekjesvorming. Ook in andere scholen gebeurt dat. Over beleefdheid en respect moet je praten en afspraken maken. Je taalbeleid rond meertaligheid geeft je dus een extra argument om dat te doen. Laat een van de gedragsregels op school zijn: ‘Wanneer iemand in de groep de taal niet spreekt, spreken we Nederlands’. Kinderen vinden dat vanzelfsprekend.”

In sommige scholen krijgen leerlingen straf als ze hun eigen taal spreken. Een slecht idee?

Van den Branden: “Scholen bedoelen het goed. Ze willen controle houden, niemand uitsluiten … Maar ze staan te weinig stil bij wat dat met een kind doet. Taal is een deel van je identiteit en je bent er trots op. Op het moment dat je de taal van een kind verbiedt, geef je impliciet de boodschap: ‘je moet een stukje van jezelf opgeven’. Je loopt het risico dat zo’n kind zich niet welkom voelt. Met dat gevoel kan je je niet ten volle inzetten.”

Waar pikken deze kinderen dan nog het Nederlands op? Vaak spreken anderstalige ouders thuis amper een woord Nederlands.

Van den Branden: “We moeten ophouden een taalbeleid op te zetten op basis van vooroordelen. Zowel anderstalige leerlingen als hun ouders zien het Nederlands als de poort naar een mooiere toekomst. Ze beseffen het belang ervan voor later. Onderzoek wijst uit dat anderstalige kinderen ook wel naar Ketnet kijken en Nederlands spreken met broers en zussen en op het internet. Sommige leraren hebben door die vooroordelen lagere verwachtingen van anderstaligen, waardoor ze hen minder uitdagen. Terwijl die net een belangrijke troef hebben: hun meertaligheid. In plaats van te focussen op wat ze niet kunnen, laat ze eens een krant in hun taal meenemen naar de les en vergelijk hoe onze kranten over dezelfde thema’s berichten. Zo geef je ze de kans om uit te blinken, want ze kunnen in het Nederlands iets vertellen wat ze net in hun taal hebben gelezen. Daardoor stijgt ook hun zelfvertrouwen en betrokkenheid.”

Door oorlogen en conflicten in het land van herkomst liggen vreemde talen op school toch erg gevoelig. Moet het Nederlands niet de neutrale basis zijn voor iedereen?

Van den Branden: “In klassen waar grote wereldconflicten in het achterhoofd zitten, kan het Nederlands de lijm zijn die de klas samenhoudt. Sowieso is het Nederlands in elke school de basis. Dat spreekt voor zich. Een goed taalbeleid doet alles om het leren van Nederlands gemakkelijker te maken. Voor mij is dat ook de thuistaal inzetten waar nodig. Of ouders stimuleren om thuis een rijke thuistaal te spreken. Ga vooral in discussie met je lerarenkorps en leerlingen. Probeer vooroordelen te laten vallen. En heb vooral oog voor natuurlijke taalprocessen. Leg die niet lam met strenge regels die het welbevinden schaden. Jongeren weten wel hoe taal werkt. Zo beseffen Marokkaanse jongeren perfect welk taalregister ze moeten gebruiken naargelang van de situatie. Zoiets hoef je niet te beteugelen.”

Zijn we té gevoelig voor taal?

Van den Branden: “Ik vrees het. In het actieplan van de Europese Unie lees ik alleen positieve dingen over meertaligheid. En dan stel ik vast hoe we in Vlaanderen soms verkrampt reageren. We laten ons ophitsen. Ons onderwijs moet uiteraard leerlingen afleveren die taalvaardig zijn in het Nederlands. Maar laat ons niet te zwart-wit denken. Meertaligheid is een troef, niet de oorzaak van allerhande problemen.”

Talenbeleid kan beter in vier op de tien scholen

Uit het jaarlijkse rapport van de inspectie blijkt dat vier op de tien scholen geen of zeer weinig stappen hebben ondernomen voor het uitwerken van een talenbeleid. De inspectie roept scholen op om hun verantwoordelijkheid te nemen, zeker in scholen met een grote instroom van taalzwakke leerlingen (bijvoorbeeld van allochtone afkomst, maar ook uit cultureel of educatief zwakkere milieus).

 “We loodsen lezen de huiskamer binnen”

“In sommige gezinnen is niet één boek aanwezig. Sinds ouders hier elke week een vertelpakket kunnen lenen, zijn hun kinderen veel meer geïnteresseerd”, zegt Ludo De Vleesschauwer, adjunct-directeur van kleuterschool Sint-Joris in Brussel.

Vertelpakket-Sint-Joris-Bru

In de gloednieuwe ‘leeshut’ vlak naast de schoolpoort kunnen ouders elke vrijdagochtend en -avond een verteltas ontlenen voor het weekend. Dat is een hippe stoffen zak waarin een voorleesboek en spelletjes rond een bepaald thema zitten. De school leent er nu al dertig uit. Meer dan negen op de tien ouders nam al een zak mee. Net als Mama Khadija: “Adam (5) is gek op boeken. Elke week staat hij te springen om een nieuwe verteltas te ontdekken. Hij kent de prentenboeken al van in de kleuterklas”, lacht Khadija. Elk weekend is het gezin meer dan een uur zoet met het vertelpakket. Thuis spreekt Khadija Frans, haar man Nederlands. “Soms vertel ik het verhaaltje in het Frans en hij in het Nederlands. Toch probeer ik soms in het Nederlands voor te lezen. Ik volg lessen Nederlands, dus de verteltas is ook een goede oefening voor mij.”

Sterke basis

“Kinderen mogen alleen mét hun ouders een tas ontlenen”, legt De Vleesschauwer uit. “Ouders die niet meteen interesse hebben, krijgen zo toch een duwtje van hun kind.” In de tassen zitten dezelfde boeken als in de klas. Kinderen die het verhaal nog niet vlot in het Nederlands begrijpen, kunnen zo thuis oefenen in de thuistaal. De school is nu zelfs op zoek naar anderstalige versies van de boeken: “Boeken leren kinderen een ander soort taal dan dagelijkse gesprekken. Die schooltaal zorgt voor een sterke basis om te leren, zelfs in de thuistaal. Als ze de woorden in hun eigen taal kennen, leren ze gemakkelijker nieuwe woorden. Via de verteltas loodsen we ook het concept ‘lezen’, dat zo belangrijk is voor taalverwerving, de woonkamer binnen. In sommige gezinnen was vroeger soms niet één boek aanwezig. Nu wel. We zien zelfs dat sommige ouders zelfs al de weg naar de bibliotheek vinden.”

Vreemde talen in de klas

Wat mag wel?

  • Talensensibilisering: leerlingen leren op een positieve, speelse manier in contact te komen met andere talen en culturen. Voorbeelden: goeiedag zeggen in verschillende talen, woordjes vergelijken uit de thuistalen …
  • Iets in een andere taal uitleggen aan leerlingen om integratie te bevorderen.
  • Een belangrijke boodschap vertalen voor ouders die geen Nederlands spreken, op voorwaarde dat je de vreemde taal altijd naast het Nederlands gebruikt. De anderstalige boodschap bevat niet méér of andere informatie dan de Nederlandse. En je vermeldt duidelijk dat het om een vertaling gaat.
  • Tolken inzetten op het oudercontact.

Wat mag niet?

  • Niet-taalvakken in een vreemde taal geven. De instructietaal is voorlopig nog het Nederlands. Al wil het beleid hier verandering in brengen.
  • Andere talen systematisch gebruiken wanneer het niet nodig is. Bijvoorbeeld: een volledige instructie in een vreemde taal geven wanneer de leerlingen voldoende Nederlands spreken.
  • Ouders systematisch in een vreemde taal aanspreken.
  • Je anderstalige communicatie ook aan Nederlandstalige ouders geven.

“We namen hun woorden af”

Els Van den Berghe“Merhaba, bonjour, goeiemorgen!” klinkt het ’s ochtends op de Gentse basisschool Sint-Salvator. “Sinds de leerlingen soms hun thuistaal mogen spreken, is hier veel minder agressie”, zegt het zorgteam.

“Vroeger stonden er hier soms twintig leerlingen in straf omdat ze de thuistaal hadden gesproken. Daar, naast elkaar tegen die muur.” Els Van Den Berghe, juf in het tweede leerjaar, wijst naar de plek, waar nu leerlingen luid staan te babbelen en te lachen. Els geeft toe in het begin vragen te hebben gehad bij het thuistaalonderzoek van de stad Gent waar de school mee instapte. “Ik was ervan overtuigd dat leerlingen pas goed Nederlands leren door ze te drillen. Pas toen de school een bevraging deed bij ouders, beseften we dat de leerlingen en ouders zich minderwaardig voelden. Sommige leerlingen zegden letterlijk tegen hun ouders: ‘Je mag zo niet spreken, want dat is slecht.’”

Registers

Vijf jaar later heeft het strenge taalbeleid plaatsgemaakt voor een beleid waarin openheid voor andere talen centraal staat. “De school ademt meertaligheid”, zegt zorgcoördinator Magda Seynaeve. “Op maandagochtend kruipen de kleuters gezellig rond een van de vertelmama’s voor een verhaaltje in hun eigen taal. In de schoolbibliotheek staan anderstalige boeken. Leerlingen hebben in de klas woordenboeken in de thuistaal. En wie met een vriendje in een andere taal wil overleggen, mag dat. Uiteraard zijn er afspraken. Zodra er een kind bij staat met een andere thuistaal, hanteren ze het Nederlands. In de klas dient de thuistaal om iets beter te begrijpen of om elkaar te helpen. Niet om anderen uit te sluiten.”

Peuterpuberteit

Sinds de leerlingen in hun eigen taal mogen praten, zijn ze rustiger. “Je kan het vergelijken met de peuterpuberteit”, zegt Seynaeve. “Peuters voelen veel emoties waar ze nog geen taal voor hebben, met woede-uitbarstingen als gevolg. Met anderstaligen hetzelfde. Wij namen hun woorden af, waardoor vechten de enige uitweg was.” Door in de klas zoveel talen aan bod te laten komen, staan leerlingen ook veel meer open voor talen. “Ze vinden het geweldig om te ontdekken hoe je iets in een andere taal zegt. Ze zijn ook zelfzekerder. Vroeger zwegen ze uit schrik. Nu durven ze leren en fouten maken.”

De vijf positieve taalattitudes van Sint-Salvator:

  1. Praat met elkaar, hou het gezellig.
  2. Welke taal je ook spreekt, iedereen hoort erbij.
  3. Mijn thuistaal kan me helpen bij het leren van de schooltaal.
  4. Ik voel me fijn als mijn taal er mag zijn.
  5. Ik wil weten wie je bent.

Is tweetalig onderwijs beter?

Onderwijs waarbij een deel van de vakken in een vreemde taal wordt gegeven is controversieel en onderzoeken spreken elkaar tegen. Zo bewees VUB-alumna Gwen Muylaert in haar masterscriptie dat Franstalige kinderen in Nederlandstalige Brusselse scholen die leren lezen in het Frans ook beter lezen in het Nederlands. Daarmee won ze de Klasse-scriptieprijs. Een onderzoek in Gent dat hetzelfde onderzocht bij Turkse leerlingen toonde geen effect op het Nederlands.

Voor haar scriptie ‘(Leren) lezen in twee talen’ testte Muylaert de leesvaardigheid van 46 leerlingen uit het vierde leerjaar in drie Nederlandstalige lagere scholen in Brussel. Wat blijkt? Franstalige kinderen in het Nederlandstalig onderwijs die ook (een beperkte vorm van) onderwijs in het Frans volgen, lezen opmerkelijk beter in het Frans én in het Nederlands dan Franstalige kinderen die meteen Nederlands leren. ”De aanwezigheid van niet-Nederlandstalige leerlingen in de klas wordt vaak als een probleem beschouwd dat ‘opgelost’ moet worden”, zegt Muylaert. “Op dit moment kiest onderwijs voor een intensief taalbad in de onderwijstaal. Maar dit is wellicht niet de meest aangewezen methode om leerlingen snel een goede kennis van het Nederlands bij te brengen.”

In Gent liep vier jaar lang een gelijkaardig proefproject in vier scholen. Turkse kinderen in het eerste en het tweede leerjaar leren er eerst vier uur per week lezen en schrijven in het Turks. Uit de resultaten blijkt dat de kinderen in geen van beide talen beter scoren voor taalvaardigheid. Wel voelen de kinderen zich beter in de klas en zijn ze meer betrokken bij het lesgebeuren.

De Gentse onderzoekers zijn niet verrast door het resultaat: “Uit internationaal onderzoek weten we dat tweetalig onderwijs zijn vruchten pas afwerpt als je het meerdere jaren volhoudt. Ook moet je de thuistaal in meerdere vakken gebruiken, niet alleen in taalvakken.” Of thuistalen dan zin hebben in het curriculum? “Alleen wanneer je een grote groep leerlingen hebt die dezelfde taal spreken. In Vlaanderen is dat amper nog ergens het geval.”

Lees de volledige scriptie van Gwen Muylaert en de conclusies van het Gentse thuistaalonderzoek op www.klasse.be/leraren/ga/talenbeleid.

Talennota bereidt leerlingen voor op meertalige toekomst

In 2011 keurde de Vlaamse Regering de conceptnota talenbeleid van onderwijsminister Pascal Smet goed. Dit zijn de voornaamste speerpunten uit deze nota:

  • Leerlingen met te veel achterstand krijgen op termijn verplichte extra lessen Nederlands, aansluitend op de schooluren.
  • In het basisonderwijs worden kinderen zonder kennis van de onderwijstaal gedurende vier (of acht) weken in een taalbad ondergedompeld. Nadien gaan ze naar de gewone klas.
  • De talennota erkent uitdrukkelijk het belang van een rijke moedertaal. In ruil voor de openheid van scholen tegenover de thuistaal, wordt van de ouders een engagement verwacht om de schooltaal van hun kinderen te leren. Scholen worden aangemoedigd een aanbod Nederlands voor ouders in hun schoolbeleid te verankeren.
  • Het omgaan met thuistalen wordt in het leerplichtonderwijs geïntegreerd.

Over deze nota wordt nu nog met de sociale partners overlegd. Lees de talennota via www.klasse.be/ga/talennota.

© foto’s: Jonas Roosens en Lieven Van Assche

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, redactie Klasse.

http://www.klasse.be/leraren/33478/meertaligheid-is-een-troef-geen-handicap/

(Het zou goed zijn als Nederland hier ook eens serieus mee bezig ging. Dat zou veel ellende én heel veel kosten schelen!)

Reacties (1)

http://www.thuisonderwijs.net/artikelen/blok-is-school-echt-zo-belangrijk-voor-de-sociaal-emotionele-ontwikkeling.pdf

Reacties
It Takes A Village
"It takes a village (so we're told), to raise a child today.
It takes a village (we reply), to steal his heart away.
To purge old-fashioned do's and don'ts from his enlightened mind
To leave old fashioned Ma and Pa, a hundred years behind.

It takes a village, verily, to teach some mother's son
To steal and gamble, smoke and swear, and vandalize for fun.
His mother didn't teach him that! His father? No, not he!
It takes a village to corrupt, a village verily.

It takes a village, this we know, to teach the maidens sweet,
To dress and act, to look and talk, like women of the street.
It takes a village, not a doubt, to teach a maiden mild,
To save the monkey's, owls, and whales, yet kill her unborn child.

It takes a village public school, some subtle class room chats,
To teach the little boys and girls to act like alley cats.
To teach them of the birds and bees, without morality,
To teach them what to do and how, and tell them they are free.

It takes a village, yes indeed, to brainwash all our youth,
With notions and with fallacies, in place of sense and truth.
Abortion rights! The right to die! The rights of animals!
Creative spelling! Unisex! the rights of criminals!

It takes a village, well we know, to turn their minds awry.
To stand for fancied "Children's rights," and parent's rights deny.
To honor human nature less, and trees and rivers more.
To sacrifice to Mother Earth, and Father God ignore.
"It takes a village," so they say, but something more they mean.
United Nations, Washington, The Liberal machine.
Society, the "Brave New World," the socialist scheme.
The global ideology; It's here.....The New World Order Dream!"

 


It takes a village idiot to believe that a family needs instruction from the government to raise a child.”



Reacties (2)

HET KLEINE DRAMA VAN HET NIET KUNNEN KLEUTEREN

Door Mandy Pijl; interview met Dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer


Volgens kleuterleerkrachten van de oude stempel is het onderwijs voor jonge kinderen te schools geworden. Maar de taalontwikkeling van kinderen baart zorgen. Is het dan niet logisch dat taalstimuleringsprogramma’s en taaltoetsen zo vroeg mogelijk worden ingezet? Nee, zegt hoogleraar Sieneke Goorhuis-Brouwer van de Rijksuniversiteit Groningen. “Zo’n Cito-toets heeft desastreuze gevolgen voor een kleuter.”


Het stimuleren van de taalontwikkeling van jonge kinderen geniet veel aandacht. De voorschoolse educatie schoolt peuters bij om een slechte start op de basisschool te voorkomen. Op die basisschool gaat het er in de kleutergroepen vervolgens te schools aan toe, verklaarden leerkrachten die de oude opleiding tot kleuterjuf deden onlangs in een enquête van de onderwijsvakbond AOB. Aandacht voor letters, de inzet van handelingsplannen: het zou kleuters afhouden van waar het echt om gaat, spelend leren. Dat zegt ook hoogleraar spraak- en taalstoornissen Sieneke Goorhuis-Brouwer van de Rijksuniversiteit Groningen.


Waarom is er zoveel aandacht voor de taalontwikkeling van kinderen?
“Begin jaren negentig heeft de overheid terecht bedacht dat ze moest gaan inzetten op de taalontwikkeling van allochtone kinderen. Die hebben inderdaad een achterstand, een zogenoemde blootstellingsachterstand. Ze hebben nog onvoldoende Nederlands gehoord om het ook te kunnen spreken. Daar kwam later bovenop dat veel, ook autochtone, kinderen uit
groep 8 op een onvoldoende niveau lezen en schrijven. Daarmee is de verwarring ontstaan.
De Nederlandse taalontwikkeling van peuters en kleuters is gelijkgesteld met het schoolvak taal: lezen en schrijven. Dat kinderen nog onvoldoende Nederlands spreken in groep 1 zegt nog niets over hun latere ontwikkeling en is er ook niet de oorzaak van dat kinderen aan het einde van de basisschool de kerndoelen niet halen. Door daar wel vanuit te gaan legt men een te grote druk op peuters en kleuters.”


Hoe gebeurt dat dan?
“In het kleuteronderwijs zijn methoden ingevoerd die horen bij kinderen van groep drie en die niet aansluiten bij de manier waarop kleuters leren. Kleuters leren spelenderwijs. Dat heeft alles te maken met neurologische processen en denkstappen die een kind moet maken. De eerste denkstap neemt hij rond de eerste verjaardag, wanneer hij gaat begrijpen dat er van
alles om hem heen is, dat er een omgeving is. Als hij dat doorheeft, gaat hij leren dat alles een naam heeft. Dan start de taalontwikkeling. Rond de zesde verjaardag wordt weer een belangrijke denkstap gemaakt en kan hij gaan leren lezen en schrijven.”


De voorschoolse educatie zet jonge kinderen ook onder druk?
“Peuteronderwijs hoort er helemaal niet te zijn. Een peuter bied je een rijke omgeving aan, waarin hij zich spontaan op alle fronten kan ontwikkelen. Maar door de invoering van de Vroeg- en Voorschoolse Educatie (VVE) wordt het ook op de peuterspeelzaal allemaal erg programmatisch aangepakt. Peuters krijgen een leeraanbod waar ze fysiek en neurologisch nog niet aan toe zijn. Neem het boek Mijn eerste Van Dale, een voorleeswoordenboek voor kinderen vanaf twee jaar. Het wordt gezien als een belangrijk instrument om een taalachterstand te voorkomen en het moet kinderen bewust maken van woorden die met a, b, c beginnen, terwijl dat een volstrekt ongeschikte manier is voor peuters.”


Wat is wel een goede manier?
“Met peuters loop je door de tuin om spelenderwijs te benoemen wat ze zien en met hen in gesprek te gaan. Dat is taalontwikkeling. Maar wij willen iets afdwingen wat je bij jonge kinderen niet kunt afdwingen. De ontwikkeling van een kind wordt door de wetten van het lichaam bepaald. Het lichaam bepaalt wanneer een kind kan lopen en niet wij. Met letterbesef is het niet anders. Pas vanaf zes, zeven jaar beseft een kind dat letters symbolen zijn waarmee je woorden kunt maken. VVE zou meer moeten gaan over klauteren, klimmen, krassen zingen en spontaan bedacht spel. Nu lijkt VVE dat vrije spel in de weg te staan.”


Maar kan het echt kwaad de taalontwikkeling een handje te helpen?
“Als je te vroeg met letters aan de slag gaat, kunnen kinderen ze op een verkeerde manier leren. Peuters, maar ook kleuters, zien letters als vormen die bij bijvoorbeeld mama of papa horen. Ik zag een peuterjuf ooit de letter P omhoog houden. Ze vertelde dat het P van Piet was. ‘Nee’, zei een kind. ‘De P is van papa.’ En terecht. Jonge kinderen kunnen daar geen afstand van nemen en dat kan het leren lezen later bemoeilijken.”


Wat vindt u dan van Cito-toetsen die het niveau van jonge kinderen peilen?
“Jonge kinderen ontwikkelen zich met horten en stoten. Vandaag weten ze iets dat ze morgen misschien vergeten zijn. Dat maakt zo’n toets oneerlijk, maar soms ook desastreus. Op onze polikliniek van het Universitair Medisch Centrum Groningen komen kinderen die letterlijk ziek zijn geworden van het onderwijs. Zoals een meisje dat in groep 1 al letters herkende en daarom groep 2 mocht overslaan. In groep 4 liep ze vast. Ze hoorde de juf niet meer, vertelde ze. Met haar gehoor was niets mis, maar doordat haar een tweede jaar kleuteren was afgepakt, had ze de taal niet begripsmatig kunnen verwerken. Bovendien zat ze nu in een groep met kinderen met een andere belangstelling dan zij. Een klein drama: horende doof voor een te
moeilijke omgeving.”


Wat moet er gebeuren?
“VVE-geld moet worden gebruikt voor het creëren van een rijke omgeving waarin kinderen zich spontaan en spelenderwijs kunnen ontwikkelen. En ouders moeten hun afschuw gaan uitspreken over de toetsen die hun kinderen in groep 1 en 2 moeten maken. Nu krijgen hun kinderen een stempel als ze niet aan de gestelde norm voldoen. Er komt een handelingsplan en kinderen worden apart genomen om extra oefeningen te maken. Kinderen voelen dat ze niet voldoen en raken onzeker. Die kinderen zie ik in de poli. Kinderen met wie eigenlijk niets aan de hand is.”
© 2010 Mandy Pijl

http://www.mandypijl.nl/artikelen/het-kleine-drama-van-het-niet-kunnen-kleuteren.pdf

 

Lees ook: http://www.hjk-online.nl/assets/documentenservice_zen/hjk/archief/2011/02_oktober_2011/jrg39-oktober2011-goorhuis-brouwer-spelendlerenenlerendspelen.pdf























Reacties

Van Ouders Online: http://www.ouders.nl/mdos2005-kleuters3.htm

Onderwijs-dossier – Kleuters (deel 3)

 

7 oktober 2005

Op 25 november 2005 zal in Zwolle het spraakmakende congres "De kleuterschool moet terug" plaatsvinden. De initiatiefnemers zijn Prof. dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer en dr. Bas Levering. De bedoeling is dat dit congres zal uitgroeien tot een groot landelijk debat.

Het onderstaande artikel vormt een bijdrage aan dit debat. De strekking is: kleuters zijn geen schoolkinderen en ouders (maar ook leerkrachten) maken zich te snel zorgen over hun cognitieve ontwikkeling.
 


Kleuters zijn geen schoolkinderen

door Astrid van de Weijenberg

Leerkrachten van groep 1 en 2 missen kennis over de vroegkinderlijke ontwikkeling. Kleuters zijn geen schoolkinderen en hun ontwikkeling gaat sprongsgewijs. We hebben te veel aandacht voor de cognitieve aspecten, vindt hoogleraar Sieneke Goorhuis-Brouwer, een van de initiatiefnemers van het congres De kleuterschool moet terug (25 november 2005).

Sieneke Goorhuis-Brouwer is orthopedagoog, spraaktaalpatholoog aan het Universitair Medisch Centrum Groningen, en auteur van het onlangs verschenen boek 'Een stevig fundament'. Zij ziet op haar spreekuur een schrikbarende toename van onterecht ongeruste ouders. Als de ontwikkeling van hun kind niet helemaal loopt zoals verwacht, weten ze de weg naar therapeuten snel te vinden.

Normale variatie
Dit is een tendens die ook anderen – van kinderneuroloog tot basisschooldirecteur – signaleren. Kinderen van 3 jaar die de R en de L nog niet kunnen uitspreken (wat echt niet bijzonder is), gaan dus naar de logopedist, en kinderen van 20 maanden die nog niet lopen (wat eveneens niet uitzonderlijk is), komen bij de kinderfysiotherapeut terecht. Men realiseert zich niet dat dit een normale vorm van variatie is binnen de ontwikkeling van kinderen.

Het problematiseren van deze variatie zet zich voort in de kleuterklassen. "De nadruk op leren is naar steeds jongere leeftijd verschoven en het lijkt wel alsof kleuterleerkrachten steeds minder kennis hebben van de vroegkinderlijke ontwikkeling", vindt Goorhuis-Brouwer.

Andere ontwikkeling
Goorhuis-Brouwer: "Peuters en kleuters maken een andere ontwikkeling door dan schoolkinderen. De ontwikkeling van kleuters gaat spelenderwijs. Die kun je nog niet sturen. Vaardigheden die tot een volgende fase behoren, zijn nog niet te oefenen."

"Die ontwikkeling gaat bovendien sprongsgewijs. Wat een kleuter gisteren niet kon, kan hij vandaag opeens wel en morgen misschien weer even niet. Op de leeftijd van 4 en 5 jaar gaat het vooral om biologie. De echte educatie komt pas later. Leerkrachten van groep ½ moeten vertrouwen hebben in de eigenheid van het kind, werken aan zelfvertrouwen en aan een stevige basis."

Maakbaarheidsgedachte
De ontwikkeling van kinderen is minder beïnvloedbaar dan voorstanders van de maakbare samenleving graag denken. Pedagoog Bas Levering, de andere initiator van het congres, vreest dat "de gedachte dat je de problemen van later nu zou kunnen voorkomen, zó aantrekkelijk is, dat het de vraag is of het tij nog te keren is."

Uit die maakbaarheidsgedachte verklaart hij het belang dat de overheid hecht aan onderwijs-achterstandenbeleid, dat bovendien tevens gezien wordt als middel om segregatie te voorkomen.

Vol afgrijzen
Goorhuis-Brouwer ziet vol afgrijzen hoe bijvoorbeeld in het Volkskrant Magazine van 2 april 2005 de 4-jarige Emirkan op zijn eerste schooldag als 'taalzwak' wordt bestempeld. "Waarom moet zo'n jongetje met 4 jaar alles al kunnen? Ik denk dan: hij heeft nog twee jaar de tijd. Natuurlijk moet je alert zijn op de ontwikkeling van kinderen en een aantal onder hen heeft baat bij extra stimulans. Maar échte achterstanden haalt de jeugdgezondheidszorg er bijna altijd uit. Als kinderen tot hun 4e niet zijn opgevallen, dan is er geen reden om je ongerust te maken." En ook niet om extra Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) aan te bieden.

Goorhuis-Brouwer: "Steeds weer blijkt dat VVE geen meetbaar effect heeft. Natuurlijk is het taalaanbod voor kinderen in deze leeftijd belangrijk, maar het gewone aanbod voldoet. Praten, rijmen, zingen en verhalen vertellen. Daar moet geen methode achter zitten, zoals in de VVE-programma's. Dat is veel te schools. Zo leren kinderen van die leeftijd niet, die kopiëren. Ik hoorde laatst hoe een VVE-methode kinderen het woord 'lammetje' liet hinkelen. Dat indelen in lettergrepen is leuk voor 6-jarigen en voor een enkele vroegrijpe 5-jarige. Maar niet voor kleuters."

Opjagen helpt niet
Goorhuis-Brouwer vindt dat de Pabo's meer aandacht voor de vroegkinderlijke ontwikkeling moeten hebben. Ze zou een specialisatie 'kleuters' of 'onderbouw' op de Pabo toejuichen. En leerkrachten van groep ½ zouden nauwkeurig moeten kijken of kinderen al rijp zijn om naar groep 3 te gaan.

Niet alles komt altijd vanzelf goed, maar het opjagen van kinderen helpt zeker niet. Kortom: misschien moet de kleuterschool wel weer terug.

Astrid van de Weijenberg
p/a redactie@ouders.nl

Literatuur:

Een stevig fundament. Over de vroegkinderlijke ontwikkeling en opvoeding met een extra accent op de taalontwikkeling
door: S. Goorhuis-Brouwer
uitg.: De Tijdstroom
ISBN 9058980812


Dit artikel is een bewerking van een artikel dat eerder verscheen in Didaktief, september 2005.

De kleuterschool moet terug is een congres dat plaatsvindt op 25 november 2005 in Zwolle. Zie verder: www.kleuterschoolterug.nl.

Astrid van de Weijenberg is freelance-journalist en schrijft onder meer over kinderopvang en onderwijs. Ze is moeder van twee dochters van 6 en een van 3.


Lees ook: http://www.hjk-online.nl/assets/documentenservice_zen/hjk/archief/2011/02_oktober_2011/jrg39-oktober2011-goorhuis-brouwer-spelendlerenenlerendspelen.pdf












Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl