Eerst even iets over de naam van mijn blog (die over meer zaken gaat dan alleen de StatenVertaling 1637)
Waarom geloven wij alleen de SV 1637 (voor NL-taligen, KJ1611 voor de Engelstaligen, de Luther 1545 voor de Duitstaligen) en hebben we alleen Die als autoriteit over ons leven?
Al die andere bijbels hebben wel woorden van God maar kunnen nooit hét Woord van God zijn omdat ze stuk voor stuk Jezus Christus tot leugenaar maken (klein voorbeeld; lees Johannes 7: 8 en verder. In de SV zegt de Heere duidelijk dat Hij NOG niet opgaat naar het feest, en later, zij het verborgen, is Hij op het feest aanwezig. Bijna elke andere NL vertaling beweert dat de Heere zegt dat Hij niet naar het feest gaat terwijl hij ook volgens die bijbels wel op het feest aanwezig is. Zo zijn er tienduizenden voorbeelden in alle andere bijbels waarin de persoon en werken van God de Vader, God de Zoon, en God de Heilige Geest veranderd/vernederd/geloochend worden en waarin woorden toegevoegd of weggelaten worden). En dan zegt Johannes 1: In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God (en dan moet u het hoofdstuk maar even verder lezen wat de Schrift er nog meer over zegt). Wij vereren niet een boek, maar de woorden die daarín staan zijn wel door God gesproken, vandaar de hoofdletteraanduiding (Schrift, Bijbel). Dit is ook de reden waarom de gemeente waar ik bij mag horen zich een Bijbelgelovende gemeente noemt. Zij houdt zich vast aan het woord dat al 2000 jaar door de gemeente van Christus geleerd en geleefd wordt (in de teksteditie die oorspronkelijk uit Antiochië komt).
Alles wat ik op mijn blog heb gezet heb ik gedaan vanuit mijn visie op geloof, mens en wereld gevormd door dagelijkse omgang met de Statenvertaling 1637 (uitgave GBS, Leerdam) en gebed.
Wetenschappelijke kennis mag dan onderhevig zijn aan inflatie, toch komt het soms voor dat onderzoekers onderwerp worden van politieke strijd. De vraag is hoe onderzoekers daarmee om moeten gaan. Op dit moment zijn het vooral de niet-deskundigen die uitmaken wat de ‘waarheid’ is: beleidsmakers en het brede publiek.
Stelt u zich eens voor: u heeft zojuist van een specialist gehoord dat uw ziekte niet te genezen valt. Hoe groot is de kans dat u voor een ‘second opinion’ gaat naar een andere specialist? Hoe groot is de kans dat u (eventueel na het tweede oordeel) gaat ‘shoppen’ in het alternatieve circuit? Nu echter het geval, dat u bij de eerste specialist te horen heeft gekregen, dat alles in orde is. Gaat u dan nog te rade bij een andere specialist? Waarschijnlijk niet. Met andere woorden, er moeten verschillende doktoren aan te pas komen om een overtuigend bewijs te leveren als er iets mis is, maar een enkele volstaat om overtuigd van te zijn van een blijde boodschap.
Een soortgelijk gevoel overkwam mij het afgelopen jaar als beleidsonderzoeker. Samen met mijn collega Henk Blok van het Kohnstamm Instituut leverden we vorig najaar een rapport af over het thuisonderwijs in Nederland; of liever gezegd hoe het kinderen vergaat met een vrijstelling van de leerplicht vanwege richtingbezwaar, zoals dat in het officiële jargon heet. Het gaat om ongeveer driehonderd kinderen.
Geen gemakkelijk onderzoek. Maar goed, wij stelden vast dat deze kinderen – volgens de ouders die wij hebben geďnterviewd – op consciëntieuze wijze onderwijs krijgen, en ook succesvol zijn in hun vervolgonderwijs en hun algemene ontwikkeling. Wij rapporteerden ook hoe andere landen in Europa het thuisonderwijs reguleren. De minister oordeelde op basis van ons rapport dat verdere regulering van het thuisonderwijs in Nederland niet nodig was; het ging om zeer kleine aantallen en zat wel goed; en de Kamer heb ik er verder niet over gehoord.
Toen kwam nauwelijks twee maanden later het bericht dat ouders van het, te sluiten, Islamitisch College in Amsterdam van plan waren ook ontheffing van de leerplicht aan te vragen; nog geen tweehonderd kinderen. Ik noem die aantallen, omdat het nog steeds om een heel kleine groep gaat. Dertig Kamervragen volgden; de pers dook er op. De minister begon te twijfelen over haar eerder ingenomen standpunt. In de Vaste Kamercommissie werd ons rapport uitvoerig besproken. Er waren Kamerleden die het rapport prezen om zijn degelijk wetenschappelijke karakter, maar er waren ook Kamerleden die hun twijfels uiten bij de waarde van het rapport. Kortom, de ideale situatie om tot verder onderzoek te besluiten.[1]
Hoe moeten we dit verschijnsel verklaren? Houden beleidsmakers zich niet aan de feiten? Of erger, oordelen zij liever los van de feiten, zoals de notie van ‘fact free politics’ suggereert? Ik denk van niet. Er zijn twee heel goede verklaringen te vinden. De ene is meer psychologisch, de andere meer sociologisch van aard.
De extra voorwaarden voor thuisonderwijs (RD 12-12) zijn een vorm van incidentpolitiek en bedreigen de godsdienstvrijheid en vrijheid van onderwijs, betogen Kor, Erna en Bauke Stelma.
Sinds de eerste leerplichtwet uit 1900 hebben ouders recht op richtingbezwaar. De wet schrijft voor hoe ouders kennis moeten geven van richtingbezwaar. Er zijn drie voorwaarden. De ouders moeten verklaren dat zij bezwaren hebben, de kinderen mogen in het voorgaande jaar niet op een school hebben gezeten van de richting waartegen de ouders bezwaar maken en de kennisgeving moet jaarlijks worden ingediend.
Dit recht op richtingbezwaar vloeit voort uit de godsdienstvrijheid en de vrijheid van onderwijs. De minister stelt nu aanvullende voorwaarden voor: vervangend onderwijs, een plan van aanpak, een taaltoets, extern deskundig advies en een voortgangsgesprek met de leerplichtambtenaar.
Begin dit jaar kondigde minister Van Bijsterveldt (Onderwijs) aan het Islamitisch College Amsterdam (ICA) te sluiten. Een groep ouders wilde kennis geven van richtingbezwaar en thuisonderwijs gaan geven. De vaste Kamercommissie onderwijs vreesde een aanzuigende werking van de mogelijkheid tot richtingbezwaar en vroeg de minister om een verbeterde aanpak.
Intussen zijn er nog maar vijf ICA-kinderen van wie de ouders hun richtingbezwaar handhaven. De praktijk wijst uit dat de mogelijkheid tot richtingbezwaar geen aanzuigende werking heeft. Integendeel, de offers die thuisonderwijs van ouders vraagt, zorgen voor zelfselectie.
De maatregelen zijn gericht op een groep ouders die geen thuisonderwijs zijn gaan geven. Dergelijke ad-hocbeleidsformulering is niet in het belang van de thuis onderwijzende ouders en hun kinderen. Een storm in een glas water mag geen aanleiding zijn voor incidentenpolitiek met ingrijpende wetswijzigingen. De minister spreekt van „minimale voorwaarden.” Het is echter de vraag of ze juridisch uitgewerkt kunnen worden. De praktische gevolgen zijn niet te overzien.
De minister noemt haar voorwaarden minimaal. De sleutelbegrippen zijn echter niet gedefinieerd en dat maakt de bewering van de minister voorbarig. Wat is vervangend onderwijs? Aan welke voorwaarden moet het plan van aanpak voldoen? Wat is de functie van het extern deskundig advies? Wat zijn de vorm, de inhoud en de bedoeling van het jaarlijkse voortgangsgesprek? Welke rol heeft de leerplichtambtenaar? Komt deze positie hem wel toe?
De taak van de leerplichtambtenaar is afgebakend. Om de godsdienstvrijheid te waarborgen, mag hij de bezwaren van de ouders niet onderzoeken. Bestaat het vermoeden dat ouders bezwaar hebben tegen iets anders dan de richting van de scholen, dan kan de leerplichtambtenaar proces-verbaal opmaken. De huidige regeling biedt voldoende waarborgen om misbruik van richtingbezwaar te voorkomen. Zij waarborgt de godsdienstvrijheid en de vrijheid van onderwijs. Het nieuwe voorstel bedreigt deze grondrechten.
Sinds 1969 kan met thuisonderwijs niet meer aan de leerplicht worden voldaan. De minister wil nu bij richtingbezwaar vervangend onderwijs verplichten en verbindt voorwaarden aan het vervangend onderwijs. Hieruit volgt dat thuisonderwijs weer erkend wordt als onderwijsvorm. De Wet op het onderwijstoezicht bepaalt dat de onderwijsinspectie is belast met het toezicht op onderwijs.
Volgens de Leerplichtwet is het de taak van de leerplichtambtenaar de leerplicht te handhaven, maar het toezicht op onderwijs komt hem niet toe. Dat toezicht komt evenmin toe aan een extern adviseur. Uit deze wetten, gecombineerd met artikel 23 van de Grondwet, volgt dat ouders, als de overheid toezicht instelt, recht hebben op toezicht door de onderwijsinspectie. Dit wil de minister niet, het kost haar te veel geld. Zij komt daarom met een gekunstelde constructie die alleen stand kan houden als er verwarring blijft over de genoemde begrippen.
Binnen thuis onderwijzend Nederland adviseren ervaren thuisonderwijzers starters. Ook kunnen ouders advies inwinnen bij thuisonderwijsnetwerken of een beroep doen op thuisonderwijsspecifieke ondersteuning in het buitenland. Zelfregulering binnen het thuisonderwijsveld kan deze adviesfunctie versterken. Het is een mogelijkheid met veel potentie.
De logica gebiedt dat er twee mogelijkheden zijn: er is sprake van onderwijs of niet. Als er geen sprake is van onderwijs, vallen de kinderen na de vrijstelling van rechtswege buiten de verantwoordelijkheid van de minister van Onderwijs. Als er sprake is van onderwijs en de overheid tot toezicht besluit, volgt uit de Nederlandse wet dat dit toezicht opgedragen is aan de onderwijsinspectie.
Een derde mogelijkheid is: er is sprake van onderwijs, maar de overheid besluit niet tot toezicht – zij is dat immers niet verplicht. In dit geval is het gewenst dat thuisonderwijzers komen tot vormen van zelfregulering om zich boven alle blaam te verheffen.
De auteurs zijn respectievelijk thuisonderwijsvader en gemeenteraadslid, thuisonderwijsmoeder en moderator van thuisonderwijsnetwerk Jozua 24:15 en thuisonderwijsstudent.
This is the number one question that homeschooled parents get asked and it is often the most annoying. What is being suggested here is that the homeschooled child is some kind of solitary oddball who cannot relate to other (diverse) people, children and the external world. I think several authors are correct when they say that there must be some conspiracy in the public schools, where the teachers are training the parents and students, to be conditioned as a reflex to ask the question "How do you socialize your children", if they ever meet a homeschooler. I think the dialog goes something like this... "Whatever answer those homeschoolers give you just stick to your guns and keep asking them the same question 'How do you socialize your children?'. They will buckle under the pressure and then you got em." Ha ha ha... Anyway, check out these videos. This is exactly how most of these "How do you socialize your children" conversations tend to go.
Michael Smith, president of the Home School Legal Defense Association (Courtesy of hslda.org)
By
The Washington Times
5:45 a.m., Sunday, December 13, 2009
One of the most persistent criticisms of home-schooling is the accusation that home-schoolers will not be able to fully participate in society because they lack “socialization.” It’s a challenge that reaches right to the heart of home-schooling, because if a child isn’t properly socialized, how will that child be able to contribute to society?
Since the re-emergence of the home-school movement in the late 1970s, critics of home-schooling have perpetuated two myths. The first concerns the ability of parents to adequately teach their own children at home; the second is whether home-schooled children will be well-adjusted socially.
Proving academic success is relatively straightforward. Today, it is accepted that home-schoolers, on average, outperform their public school peers. The most recent study, “Homeschool Progress Report 2009,” conducted by Brian Ray of the National Home Education Research Institute, surveyed more than 11,000 home-schooled students. It showed that the average home-schooler scored 37 percentile points higher on standardized achievement tests than the public school average.
The second myth, however, is more difficult to address because children who were home-schooled in appreciable numbers in the late 1980s and early 1990s are only now coming of age and in a position to demonstrate they can succeed as adults.
Home-school families across the nation knew criticisms about adequate socialization were ill-founded — they had the evidence right in their own homes. In part to address this question from a research perspective, the Home School Legal Defense Association commissioned a study in 2003 titled “Homeschooling Grows Up,” conducted by Mr. Ray, to discover how home-schoolers were faring as adults. The news was good for home-schooling. In all areas of life, from gaining employment, to being satisfied with their home-schooling, to participating in community activities, to voting, home-schoolers were more active and involved than their public school counterparts.
Until recently, “Homeschooling Grows Up” was the only study that addressed the socialization of home-schooled adults. Now we have a new longitudinal study titled “Fifteen Years Later: Home-Educated Canadian Adults” from the Canadian Centre for Home Education. This study surveyed home-schooled students whose parents participated in a comprehensive study on home education in 1994. The study compared home-schoolers who are now adults with their peers. The results are astounding.
When measured against the average Canadians ages 15 to 34 years old, home-educated Canadian adults ages 15 to 34 were more socially engaged (69 percent participated in organized activities at least once per week, compared with 48 percent of the comparable population). Average income for home-schoolers also was higher, but perhaps more significantly, while 11 percent of Canadians ages 15 to 34 rely on welfare, there were no cases of government support as the primary source of income for home-schoolers. Home-schoolers also were happier; 67.3 percent described themselves as very happy, compared with 43.8 percent of the comparable population. Almost all of the home-schoolers — 96 percent — thought home-schooling had prepared them well for life.
This new study should cause many critics to rethink their position on the issue of socialization. Not only are home-schoolers actively engaged in civic life, they also are succeeding in all walks of life. Many critics believed, and some parents feared, that home-schoolers would not be able to compete in the job market. But the new study shows home-schoolers are found in a wide variety of professions. Being home-schooled has not closed doors on career choices.
The results are a great encouragement to all home-schooling families and to parents thinking about home-schooling. Home-schoolers, typically identified as being high academic achievers, also can make the grade in society.
Both “Homeschooling Grows Up” and “Fifteen Years Later” amply demonstrate home-school graduates are active, involved, productive citizens. Home-school families are leading the way in Canadian and American education, and this new study clearly demonstrates home-school parents are on the right path.
To read the full study or a synopsis, visit www.hslda.ca/cche.
• Michael Smith is the president of the Home School Legal Defense Association. He may be contacted at 540/338-5600 or send e-mail to media@hslda.org.
Toppunt van ouderbetrokkenheid, recht op thuisonderwijs...?
Thuisonderwijs / homeschool
|
16 December 2011 | 16:29:23
Toppunt van ouderbetrokkenheid, recht op thuisonderwijs...?
Morgen (15 december 2011) staat het onderwerp ''leerplicht thuisonderwijs'' op de agenda van de Tweede kamer Commissie van OC&W (live te volgen via www.tweedekamer.nl).
Een onderwerp, dat slechts een klein gedeelte van Nederland zal boeien. Niettemin een onderwerp dat van groot belang kan zijn voor de komende decennia. Hoe gaat namelijk ons onderwijs zich ontwikkelen in de komende eeuw? Anders dan het nu is, dat is een (evolutionair) gegeven. Bestaande structuren worden vooralsnog door het Ministerie van OC&W angstvallig vastgehouden, terwijl de goegemeente weet dat zij onvoldoende of niet werken. Meer nadruk op taal en rekenen, prima, maar de kwaliteit van het lesmateriaal is nog steeds ver onder de maat. Leerkrachten die nu van de PABO afkomen, zijn die voldoende (inhoudelijk) opgeleid en voorbereid? Hoe staat het met hun ''referentiekaders''? De CITO die als heldere ster in de donkere decembermaand door menigeen als ultieme waarborg voor kwaliteit wordt gezien, maar het zeker niet is. De 1040 uren norm die er doorgedrukt is terwijl scholen in het Voortgezet Onderwijs nu al grote moeite hebben om met voldoende gekwalificeerd personeel de 1000 uren optimaal in te kunnen vullen. Prestatiebeloning, waarvan bekend is dat dat nou juist averechts gaat werken. Bezuinigingen op passend onderwijs? Gevolg: een nieuw bureaucratisch monster? En als klapper op de vuurpijl de opvoedkundige danwel morele wens van de Minister voor meer ouderbetrokkenheid bij het onderwijs.
Zou de Minister eens in een glazen bol moeten kijken? Niet om de toekomst te zien, maar om met de lichtval haar blik te verruimen. Het huidige onderwijssysteem heeft zijn beste tijd gehad. We zullen moeten toegeven dat de randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor ''excellent'' onderwijs, er onvoldoende zijn, en er op korte termijn ook niet komen. Het Fins model ligt ''voor het oprapen''. Koud watervrees en het feit dat de CITO Groep zo is ingenesteld in ons ''kwaliteitsdenken'' zullen het implementeren daarvan echter op korte termijn belemmeren.
Men zal in de toekomst meer en meer open moeten staan voor alternatieven. Thuisonderwijs is daar één van. Free Schools zoals die eerder dit schooljaar in Groot-Brittannië zijn gestart is een andere. Wat beiden gemeen hebben is de belangrijke rol van ouders bij het onderwijsproces van hun kinderen. Ouders zien de kwaliteit van het onderwijs steeds slechter worden, maar hebben geen enkel recht. De invloed via een OR of MR is minimaal. Rond ouders hangt een hoog Libelle gehalte en hun invloed op het onderwijs blijft beperkt tot luis-, lees- of schoonmaakactiviteiten. Invloed hebben op het onderwijs is geen enkele optie, de grens ligt bij het schoolhek.
Thuisonderwijs is in Nederland een vreemde eend in de bijt. In heel veel landen (Europa, VS en Canada) een volstrekt normaal fenomeen, in Nederland niet. Slechts een kleine groep zeer betrokken ouders kiest doelbewust voor deze intensieve onderwijsvorm, en krijgen toestemming om thuis hun kinderen les te geven. Alleen op basis van levensbeschouwelijke gronden kan men als ouder vrijstelling krijgen. Of een ouder de vrijstelling krijgt hangt van de leerplichtambtenaar en de rechter af. In het landelijke vrijstellingsspectrum is veel willekeur.
Ouders die op basis van pedagogisch-didactische overwegingen, hoogbegaafdheid van hun kind, of zich niet kunnen vinden in het reguliere onderwijs, thuisonderwijs willen geven vissen achter het net. Dat is verboden.
Naar aanleiding van de wens voor collectief thuisonderwijs van een groep ouders in Amsterdam eerder dit jaar, is thuisonderwijs weer op de politieke agenda gekomen. Men zag donkere wolken, terecht of onterecht dat kan ik niet bepalen. Deze discussie heeft echter gevolgen voor een groep, vaak hoogopgeleide en betrokken, ouders die zeer serieus deze taak op zich hebben genomen of graag op zich zouden willen nemen.
In het debat van maart dit jaar had de Minister toegezegd een verkenning te doen naar hoe in andere landen met thuisonderwijs wordt omgegaan, en of er aanleiding is de vrijstelling van de leerplicht aan te passen.
In haar brief van 7 december j.l. (referentie 343981) geeft zij een reactie. De reactie van de Minister is erg mager. Dat is jammer, een gemiste kans. Juridisch gezien kort door de bocht. Inhoudelijk op een aantal punten tegenstrijdig en onvolledig. Brief en Bijlagen zijn inhoudelijk niet consistent. Zij heeft zich er met een Jantje van Leiden van afgemaakt. In maart was het al bekend dat deze brief er moest komen. Haar ambtenaren hadden in die 8 maanden een degelijke verkenning kunnen maken van hoe er in andere landen met thuisonderwijs wordt omgegaan. Tevens had de dissertatie van mevrouw dr. J. Sperling grondig bestudeerd kunnen worden. Van een zorgvuldige afweging kan er m.i. nu geen sprake zijn.
Verruimen van de mogelijkheden voor vrijstelling is een reële optie. Maar met één pennenstreek wordt het van tafel afgeveegd. De Minister hecht aan het belang dat ieder kind naar school gaat. Wetenschappelijke bewijzen dat dit in alle gevallen gunstig is voor de ontwikkeling van een kind worden niet gegeven. De Minister geeft in haar brief echter wel aan dat uit onderzoek naar voren is gekomen (SCO Kohnstamm Instituut) dat ouders op consciëntieuze wijze voor vervangend onderwijs zorgen. Dus fout gaat het niet. Wat is dan wel het probleem?
Volgens de Minister is verruiming een complex, principieel en juridisch vraagstuk, dat samenhangt met art. 23 van de Grondwet. De Onderwijsraad buigt zich momenteel over dit art. 23, maar of het vraagstuk van thuisonderwijs ook wordt meegenomen is mij onbekend.
Omdat de Minister politiek gezien toch iets moet doen (naar alle waarschijnlijkheid om collectief thuisonderwijs in Amsterdam te voorkomen) is er gekozen voor handhaving van het huidige systeem maar dan gekoppeld aan een zestal voorwaarden. Het is tot nu toe altijd goed gegaan, maar voordat je het weet kunnen kinderen volgens de Minister van de onderwijsradar verdwijnen. Vreemd, want hoeveel kinderen zitten er nu al thuis? En in veel gevallen met medeweten van de leerplichtambtenaar. Duizenden, en die krijgen geen onderwijs.
Ouders moeten nu volgens het voorstel van de Minister een erkend certificaat overleggen waaruit blijkt dat zij de Nederlandse taal minstens op referentieniveau 3F beheersen. Wordt dit ook getest bij de huidige leerkrachten die nu (via het MBO) PABO hebben gedaan? Of bij de klassenassistenten? Welk circus wordt hiermee opgetuigd? Wat betekent dat voor expats?
Jaarlijks moeten ouders een plan van aanpak maken en dit aan een externe deskundige voor advies voorleggen. Wie is die externe deskundige, en wat is zijn/haar niveau?
De leerplichtambtenaar (LPA) voert jaarlijks een gesprek met de ouders. Dat is wel een bijzondere voorwaarde omdat de LPA niet over de inhoudelijke invulling van het onderwijs in Nederland gaat. Hij controleert of een kind fysiek op school aanwezig is of niet. Niet meer en niet minder. Een kardinale fout van de Minister. De OI gaat over de inhoud van het onderwijs dus de LPA kan niets beginnen.
De Kamer heeft specifiek gevraagd om naar de situatie in Vlaanderen te kijken. Daar werkt het thuisonderwijs goed, dat geeft de Minister zelf in haar brief aan de Kamer aan. Er is daar zeker geen 'run' op thuisonderwijs, het is gewoon een optie voor ouders. Zo zou het ook moeten zijn in Nederland. Twee vliegen in één klap. De Staat voldoet dan echt aan de zorgverplichting dat het kind het recht op onderwijs niet wordt ontzegd (!). Én de Staat handelt niet meer in strijd met de Grondwet door de vrijstelling niet meer te beperken tot richtingsbezwaren.
Wellicht gaat het vorengaande voor velen te ver, maar het beginnen van een discussie hierover zou m.i. goed zijn. Veel kinderen verdienen dat.
Uit onze brief in een reactie hierop aan de kamerleden:
Geachte dame en heren volksvertegenwoordigers,
Hierbij reageer ik, mede namens *****, op de brief "vrijstelling van de leerplicht en thuisonderwijs" van de minister d.d. 7 december 2011 (referentie 343981) en vragen we de inhoud van deze brief te betrekken bij uw voorbereiding op het debat op 15 december a.s.
Graag het volgende betreffende de eventuele toetsing van het vereiste niveau Nederlands: Ik heb thuis Frysk geleerd (goed lezen, spreken en schrijven; beide ouders hadden daar geen opleiding voor, maar het is hen en mezelf via zelfstudie toch gelukt), op school Nederlands en op straat het stadsdialect.
Daarna op het VO een beetje Engels, maar buiten school om zoveel meer dat ik nu regelmatig gevraagd word om te vertalen en ik krijg van Amerikanen regelmatig de vraag waar precies uit de VS ik vandaan kom (ben er nog nooit geweest en ik heb er ook geen certificaten voor het niveau dat ik nu heb) en we onderwijzen de kinderen oa via een Amerikaans curriculum (naast Nederlands, en oa. vaderlandse en Europese geschiedenis, taalgeschiedenis, Frysk, Duits en Latijn).
En hoe moet het met de expats in ons land. Gaat u die buitensluiten? Ook expats geven thuisonderwijs.
Daarnaast moet ik helaas constateren dat de brief van de minister een zeer hoog gehalte aan "ik vind", "ik denk" en "ik voel" (gevoelsargumentatie betreffende de socialistatie van kinderen en de kwaliteit van het thuisonderwijs) heeft en daar tegenover een zeer laag gehalte aan daadwerkelijke feiten en onderzoeksgegevens. Het proefschrift van Dr. Sperling wordt simpelweg aan de kant geschoven zonder enige vorm van degelijke argumentatie waarom het niet goed zou zijn anders dan dat het de minister niet past in haar idee en het belang dat zij hecht aan het naar school gaan van ieder kind dat daartoe in staat is. Waarbij de minister volledig voorbij gaat aan de rechten van ouders en kinderen betreffende het onderwijs en aan de geschiedenis van dit land en de thuisonderwezen mensen die dit land hebben groot gemaakt. En de betreffende vereniging (NVvTO) die wel alle kennis in huis heeft wordt niet gevraagd in het overleg over de verdere invulling van de nieuwe aanpak. Een gemiste kans! Wij mogen toch hopen dat onze regering rekening houdt met daadwerkelijke gegevens en onderzoeksresultaten en niet wetten en wetsveranderingen maakt middels "ik vind", "ik denk" en "ik voel".
Mag ik u hierbij ook wijzen op wetsartikel 247 van BW 1
1.Het ouderlijk gezag omvat de plicht en het recht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden.
2.Onder verzorging en opvoeding worden mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding van het kind passen de ouders geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige andere vernederende behandeling toe.
De wet stelt dus duidelijk de ouders verantwoordelijk en niet de staat. De staat faciliteert daar waar de ouders dat niet kunnen en niet andersom.
Waar ik me ook zeer over verwonder is dat de minister er schijnbaar vanuit gaat dat mensen zich niet meer verder ontwikkelen na de schooltijd en dat is natuurlijk in duidelijke tegenstelling met de werkelijkheid (ik neem tenminste aan dat u wel verder gekomen bent dan het schoolniveau waar u uw diploma's mee gehaald hebt of afgestudeerd bent).
BARNEVELD – „Toetsen op school tonen niets aan. Ze vergelijken leerlingen met elkaar, meer niet. Wij zijn dat gaan vertalen in afwijkingen. Het gemiddelde is een doel geworden, en alles wat eronder zit, accepteren we niet meer. ”
Psycholoog dr. J. B. K. Lanser zei dat vrijdagavond tijdens de najaarsvergadering van lerarenvereniging KLS. Hij hekelde het gebruik van termen als achterstanden en tekorten. „Een kind kan alleen achter zijn op zijn eigen ontwikkeling, bijvoorbeeld doordat het ziek geworden is. Een kind is echter nooit achter op een klas. Kinderen zijn gewoon niet allemaal hetzelfde.”
Dat zo veel kinderen als zorgleerlingen worden aangeduid, komt doordat het kind aan de verwachtingen van volwassenen moet voldoen, zei Lanser. „Er zijn meters boeken over opvoeding, dus eigenlijk kan er niets foutgaan. En dat houden we in de gaten: voor ieder aspect is er wel een lijstje. Die batterij toetsen en testen begint al met de echo’s voor de geboorte. Daarna volgt het consultatiebureau. Bij alle goede bedoelingen zadel je een moeder onnodig met spanning op.”
Dan volgen de toetsen op school. Die hebben geleid tot medicalisering, zei Lanser. „Dyslexie, AAS, ADHD, het is niet te definiëren en te objectiveren. Veel te veel kinderen krijgen een etiket opgeplakt. Kijk naar het kind; niet naar allerlei profielen en uitslagen.
Kinderen worden getoetst, terwijl het juist de omgeving is die is veranderd. De hoeveelheid prikkels is enorm toegenomen.”
Scholen dragen daaraan bij. „Vroeger was een school een eiland van rust. Een heerlijk gebouw, met ramen waar je niet door naar buiten kon kijken, met stilte, orde, en alle aandacht was voor de leerkracht. Nu is de school gezellig, open –er is buiten veel interessants, maar je mag er niet naar kijken–, er hangen tekeningen aan touwen –één keer kuchen en ze deinen vijf minuten later nog–, banken zijn vervangen door tafeltjes en stoeltjes die om de haverklap omvallen. Door deze onrust gaat een aantal kinderen onderuit.”
Alles wat vóór het vierde levensjaar gebeurt, heeft geen voorspellende waarde, stelde Lanser. „Veel van wat er in voorschoolse educatie gebeurt, is zinloos. Voorbereidend schrijven, bijvoorbeeld. Misschien is het zelfs belemmerend.”
Het kind is te veel centraal komen te staan, stelde de psycholoog. „Vroeger was moeder in huis aan het werk. Het kind hobbelde mee en leerde onderwijl van alles. Nu is het andersom: moeder is bij het kind. Ze probeert het werk klaar te hebben als het kind wakker wordt en gaat het dan vertroetelen. Ze reageert op elk kreetje. En het kind leert: de wereld draait om mij.
Het krijgt ook meters speelgoed toegesmeten. De hele familie moet wat geven, dus de box ligt vol; het kind kan er nog net bij en gooit bijna alles over de rand.
Het zijn de volwassenen die dat speelgoed zo leuk vinden; het kind heeft aan een takje uit het bos genoeg. Zo bestaat ook het interieur van de huiskamer vaak uit voorwerpen die de volwassene leuk vindt, terwijl het kind er vanaf moet blijven.”
In het christelijk onderwijs zijn volgens Lanser uitgangspunten van de humanistische psychologie te veel geaccepteerd: „Je moet het maximale uit kinderen halen. Het kind is maakbaar; dat is ook zo’n uitgangspunt. Ons systeem klopt, dus als er iets fout gaat, ligt het aan het kind. In onze samenleving kan bijna alles wat niet deugt, worden verbeterd. Dat passen we ook toe op kinderen. We willen bepaalde kinderen –liefst vwo’ers– en als ze niet aan de wensen voldoen, moeten hulptroepen worden ingeschakeld.”
Het basisonderwijs heeft volgens Lanser een verkeerd uitgangspunt: „In de wet staat: Een ononderbroken ontwikkeling van 4 tot 18 jaar. Die is er echter niet. De ontwikkeling van een kind is geen afgeplatte lijn omhoog, maar lijkt meer op een alpenlandschap.” http://www.refdag.nl/achtergrond/onderwijs/toets_op_school_toont_niets_aan_1_602558#
Want wij wandelen door geloof en niet enkel door aanschouwen.
Bijbelteksten
|
23 Oktober 2011 | 20:08:17
Want wij wandelen door geloof en niet enkel door aanschouwen.
2 Korinthe 5
5 Die ons nu tot ditzelfde bereid heeft, is God, Die ons ook het onderpand des Geestes gegeven heeft.
6 Wij hebben dan altijd goeden moed, en weten, dat wij, inwonende in het lichaam, uitwonen van den Heere;
7 (Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.)
Maw; wij zien MEER!:
1 Korinthe 2
12 Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons van God geschonken zijn;
13 Dewelke wij ook spreken, niet met woorden die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.
14 Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.
15 Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden.
Spreuken 28
5 De kwade lieden verstaan het recht niet; maar die den HEERE zoeken, verstaan alles.
1 Korinthe 1
18 Want het woord des kruises is wel dengenen die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods;
19 Want er is geschreven: Ik zal de wijsheid der wijzen doen vergaan, en het verstand der verstandigen zal Ik te niet maken.
20 Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid dezer wereld niet dwaas gemaakt?
21 Want nademaal in de wijsheid Gods de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven;
Hebreeën 11
1 Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs der zaken die men niet ziet.
2 Want door hetzelve hebben de ouden getuigenis bekomen.
3 Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen die men ziet, niet geworden zijn uit dingen die gezien worden.
What to Do in Case You Miss the Rapture
informatie
|
11 Oktober 2011 | 17:11:20
What to Do in Case You Miss the Rapture
1. Prepare to die. Throughout the Tribulation period, which is what follows the rapture, nearly four billion people will die according to Revelation. What that means to you is, that if are in it right now, do not plan on making it out.
2. Read the King James Bible. Realize you are a hopeless sinner in need of a Savior, Jesus Christ. Believe He died, was buried, and rose again. Ask Him to forgive you of your sins, and the best way you know how receive Him into your heart. Make the KJB your best friend, there will be plenty of false Christs out there, don’t trust anyone or anything but the KJB.
3. Educate yourself a little on what is coming in the next seven years. In the first three and a half years, expect chaos, famine, disease, earthquakes, and plenty of war. Don’t be fooled, it won’t be nice. Once the three and half year mark hits, things will go from bad to worse. The World Church will be replaced, and now everyone will have to worship what the Bible calls the Antichrist. If you don’t worship him and take his mark, you get your head cut off. Also expect strange creatures and supernatural plagues, that is God judging the Earth.
4. Become a fanatic. You know the truth; don’t sit on your hands. In Revelation chapter seven, you’ll see a lot of people get saved during this time. Get in on it! Share the hope you have of Jesus Christ returning openly while you still can!
5. Liquidate everything. There is no point in owning as much stuff as you have, sell it and prepare to enter survival mode by the middle of the Tribulation period. You’ll have to be vigilant, adaptive, and resourceful. Your money will be useless in a few years, so spend it on what you’ll need then. It’s going to take a lot more than a shotgun and a mattress stuffed full of beef jerky to endure to the end. If you can, get yourself over to the Middle East and find a way to live in a place called Petra.
6. Stay away from organized state religion. There will be a World Church that may offer peace and hope, but it’s only there to keep you occupied with a false sense of security. The truth is in the King James Bible, the same place it has always been. Beware of false prophets.
7. Do not take the mark. A new monetary system will be introduced by the world leader, and it will involve taking something on your right hand or your forehead. It has something to do with the number “666”, and it is a mark of allegiance to the beast. If you don’t take it, they’ll torture and kill you; if you do take it, you’ll go to Hell. No matter what, do not take it. Fear not him that is able to destroy body, but Him that is able to destroy both body and soul in Hell.
8. Do everything you can to help the Jews. They are God’s chosen race, and part of reason for this Tribulation period is to bring them back to God, that is, for them to accept Jesus Christ as their Messiah. They will eventually, in fact, you’ll probably hear some amazing stories about a group of 144,000 soul winners and then two other men somewhere around the middle of the Tribulation.
9. Live life every day in anticipation of the Lord’s return. Encourage yourself every day in His word, in prayer, and with other believers. Some of the greatest Saints of all time will come out of this period, and if you’re fortunate, you may be one of them.
10. Put regret behind you. You live in the most horrific period of time ever known. Jesus said there’s never been a time like it before, and there will never be a time like it again. If you manage to survive the first six months you can consider yourself extremely fortunate. You can’t do anything about it now, you probably had a chance to get saved before the rapture – and if you didn’t, consider yourself very fortunate that you can now!
If you are reading this, and the rapture hasn’t happened yet, you can do something and should do something about it now. If you don’t you may never get another chance again, and your odds in the Tribulation are very slim at best. Read point number 2 of this list, and then read 1st Corinthians 15:1-8, Romans 3:23, Romans 6:23, and Romans 10:9-13
MILLIONS DISAPPEAR! FACT OR FICTION?
informatie
|
19 September 2011 | 20:04:35
MILLIONS DISAPPEAR!
FACT OR FICTION?
The material you are about to read deals with a Biblical, worldwide event that will affect you and your future. Examine it carefully.
Some of you will understand it completely while others may consider it science-fiction nonsense. However, Christians have looked forward to this event for almost two thousand years. It is now about to take place.
"BUT OF THE TIMES AND THE SEASONS, BRETHREN, YE HAVE NO NEEDTHAT I WRITE UNTO YOU. FOR YOURSELVES KNOW PERFECTLY THAT THEDAY OF THE LORD SO COMETH AS A THIEF IN THE NIGHT. FOR WHENTHEY SHALL SAY, PEACE AND SAFETY; THEN SUDDEN DESTRUCTIONCOMETH UPON THEM, AS TRAVAIL UPON A WOMAN WITH CHILD; AND THEY SHALL NOT ESCAPE." (I Thessalonians 5:1-3)